'National Enquirer' dingt mee naar journalistieke prestigeprijs
Schokkend! Pulpblad maakt kans op Pulitzer!
Journalistiek Amerika davert op zijn grondvesten nu een 'boekske' meedingt naar een Pulitzer Prize, de Oscar onder de persprijzen. Met zijn berichtgeving over de affaire van voormalig presidentskandidaat John Edwards dingt The National Enquirer mee in twee belangrijke categorieën. En dat voor een pulpblad dat betaalt om aan zijn sappige verhalen te geraken. door sarah theerlynck
New York l Augustus 2008. In het programma Nightline op de Amerikaanse tv-zender ABC doet John Edwards, ex-senator en voormalig democratisch presidentskandidaat, een bekentenis. "Ik heb Elizabeth verteld over de fout die ik heb gemaakt en heb haar en God om vergiffenis gevraagd." Na meer dan anderhalf jaar geruchten geeft hij toe dat hij zijn vrouw Elizabeth, die aan kanker lijdt, bedrogen heeft met regisseuse Rielle Hunter. Wel ontkent hij dat hij een buitenechtelijk kind heeft met haar. "Niet waar", klinkt het in Nightline. "Dat werd gepubliceerd in een supermarkttabloid."
Die supermarkttabloid is nu in de running voor een Pulitzer Prize, de meest prestigieuze journalistieke prijs ter wereld. Die bleek namelijk gelijk te hebben over de liefdesbaby. Het lijkt ongelooflijk, even ongeloofwaardig haast als de koppen waar The National Enquirer tot in de jaren tachtig mee uitpakte. "Moeder kookt haar baby en eet het kind op" of andere ongein over aliens en tweekoppige honden. "De beste onderzoeksjournalistiek op de planeet", zegt Tommy Lee Jones in Men in Black, de film uit 1997. Niemand die toen had voorspeld dat het blad nog maar een schijn van kans had om ook werkelijk zo bestempeld te worden. Maar nu is het payback time. Zo stelt redactiechef Barry Levine het ook in de Washington Post. "Eindelijk worden we van elke blaam gezuiverd. Het is duidelijk dat wij het verdienen mee te dingen naar een Pulitzer."
De kwestie verdeelt journalistiek Amerika. Volgens sommigen is het niet meer dan terecht dat The National Enquirer toegelaten werd door de Pulitzerjury. Volgens columnist Ross Douthat - niet toevallig bekend om zijn conservatieve gedachtegoed (lees: zijn afkeer voor Democraten) - op de website van The New York Times heeft het blad met zijn berichtgeving over Edwards een gat gevuld dat de traditionele media open lieten. "Als Amerikanen niet lezen over Edwards en Rielle Hunter, lezen ze gewoon over Tiger Woods of Angelina Jolie en Brad Pitt. Beter het eerste dan het laatste." Als het niet aan de Enquirer had gelegen, zo stelt hij, had niemand "de waarheid over John Edwards' roekeloosheid en schofterigheid en de grimmige waarheid achter de facade van de toegewijde echtgenoot" ooit gekend. Ook Oliver Burkeman geeft het - zij het in minder lyrische bewoordingen - toe in The Guardian: "Het is moeilijk niet te concluderen dat de belangrijkste media in de VS - The New York Times, The Washington Post, de belangrijkste tv-bedrijven - achter het stuur in slaap waren gevallen. In tegenstelling tot veel verhalen over seksueel wangedrag in de private sfeer, was dit verhaal van onontkenbaar politiek belang." Maar het zijn vooral bloggers die het blad in de verdediging nemen. Niet toevallig omdat ze een kans zien op die manier de gerespecteerde traditionele media aan te vallen. Zo schreef politiek blogger Emily Miller: "De tijd is gekomen dat de media toegeven dat The National Enquirer een excellent team van onderzoeksjournalisten in huis heeft, die het grootste politieke schandaal van 2009 naar buiten brachten."
Daar zijn echter serieuze kanttekeningen bij te plaatsen. Zo maakt het blad er geen geheim van dat ze bronnen betalen voor tips. "GOT NEWS? We'll pay big bucks", staat ongegeneerd op hun website. De redactiechef van het blad geeft in The Washington Post toe dat hun chequeboekjournalistiek "zeker heeft geholpen." De Britse krant The Guardian beklemtoont ook dat "als je geruchten recycleert zonder voldoende bevestiging en die dan waar blijken, dat nog geen bewijs is van goede journalistiek".
De kans is bijzonder klein dat The National Enquirer ook effectief een Pulitzer in de wacht sleept. Maar het feit dat een blaadje waarvan volgens een opiniepoll uit 2004 slechts 4 procent van de Amerikanen beweerde 'alles of toch het meeste' te geloven wat er in staat, toch dat waterkansje maakt, heeft definitief de bakens verzet in journalistiek Amerika.
Redactiechef Barry Levine:
Eindelijk worden we van elke blaam gezuiverd. Het is duidelijk dat wij het verdienen mee te dingen naar een Pulitzer. Met onthullingen over de scheve schaats van de Democratische ex-presidents-kandidaat John Edwards dingt The National Enquirer mee naar de meest prestigieuze journalistieke prijs in de VS.
© 2010 De Persgroep Publishing
Bron: De Morgen - 26/02/2010